Psychedelische Muze 2


Aan de hellingen van de Olympus, op de top waarvan de goden zich aan het gezicht der mensen onttrokken, - daar geloofden de Ouden, dat de Muzen, de inspiraties, de kunsten het licht zagen. Op weg van Thebe, eenmaal een stad zo trots dat er een tragedie geboren kon worden, naar het hoog gelegen Delphi waar het orakel zich in nevelen hulde, rijdt men tussen Helikon en Parnassus, namen vol belofte en ontzag, van de bergen die als woonplaats der muzen hebben gegolden en het is of alle fantasie werkelijkheid gaat worden en alle werkelijkheid verbeelding.
Het is ook zinrijk dat hoog op die Helikon de hoef van het gevleugeld paard een bres in de harde rotsgrond heeft geslagen, voor het zich van de aarde verhief en zijn hoge vlucht begon, en er de bron der poëzie deed ontstaan.
Het water daarvan is niet kokend, het is ijskoud, opvallend helder en koel.
Het is meer een bijgeloof dat de dichters eeuwen achtereen geen groot werk deed ondernemen zonder de Muze aan te roepen, bij elk gegeven dat een mens en dichter ontroeren en teneerslaan, kwellen, meeslepen en vervoeren kan. In moderne tijden van bewustheid en ontleding zijn de dichters zich in hun eigen inspiratie gaan verdiepen.
Niet alleen maar uit gebrek aan direct inspirerende stof, maar gefascineerd door het geheimzinnige van die inspiratie zelf en door het raadselachtige van dat schijnbaar zo alledaags, tegelijk algemene en ongemene uitdrukkingsmiddel, de taal.

Naar het verhaal gaat, waren de negen bevallige en zeer getalenteerde godinnen, de muzen, in negen achtereenvolgende dagen of nachten verwekt door de blijkbaar onvermoeide leider der goden, Zeus bij de eveneens opmerkelijk vitale godin Mnemosyne (het geheugen).
De negen Muzen zijn de godinnen van de schone kunsten en wetenschappen. Elke afzonderlijke godin heeft daarbinnen een eigen deelgebied onder haar hoede. Volgens de overleveringen is een schrijver, dichter, musicus of wetenschapper zonder de hulp van de Muzen niet in staat werkelijk grote prestaties te leveren. Hij dient zich eerst tot hen te wenden. Zij zijn de inspiratiebron voor alle vernieuwing.

De negen Muzen, ook wel Parnassides genoemd naar hun woonplaats op de Parnassus, waren de griekse godinnen van de kunsten en wetenschap. Een tempel ter ere van de Muzen was in het grieks: Mouseion.
De Muzen waren begeleidsters van Apollon. Ze vertoefden het liefst op bergen. Ze bewoonden de Olympus aan de kant van Piëra; ze verbleven ook op de met gras begroeide vlakten van de Helikon, bij hun bron Hippocrene en op de Parnassus bij de Kastalia-bron.
Aan de voet van de Helikon wedijveren de Piëriden, de dochters van de Macedonische koning Piërus met de Muzen tot ze door hen in eksters werden veranderd. De Romeinen identificeerden de muzen later met italiaanse bronnimfen, de Camenae.

Appolodous noemt Mnemosyne (geheugen) de moeder van de drie muzen, die aanvankelijk voorkwamen als triade. Namen voor de drievoudige muzen waren Melete (meditatie), Mneme (herinnering) en Aeode (lied). Volgens Hesiodus waren zij de dochters van Moeder Aarde en de Lucht. De negenvoudige muze met hun functies kwam voor het eerst voor bij Hesiodus.

In de mythologie van het oude Griekenland waren de negen muzen dochters van Zeus en de zussen van Apollon. Ze bewoonden samen de berg Helikon.

De muzen waren voorstellingen van de godin als inspirerende kracht. Deze ‘’geestkracht’’ stond in de oudheid gelijk aan adem of lucht. Wat men nu onder ‘’geestelijke inspiratie’’ verstaan, werd toen beschouwd als letterlijk ‘’inademen’’ (inspirare in het Latijn betekent letterlijk: inademen). Dat kan de betekenis zijn van de notie dat zij kinderen zijn van de lucht.

Volgens een overlevering schonken de muzen ons de zeventonige toonschaal, die een weerspiegeling was van de ‘’harmonie der sferen’’. Dit was de hemelse harmonie, waarin iedere planeet zich in zijn eigen sfeer bewoog, terwijl ze daarbij door resonantie elk hun eigen specifieke klank voortbrachten.
Elke noot correspondeert met de klank van een klinker. In het Fenicische aflfabet, dat ook met de muzen in verband wordt gebracht, worden klinkers niet genoemd. De muziek der sferen was de kracht die het universum bijeen hield.

De negen muzen zijn:

Erato: de muze van de hymne, het lied en de lyriek
Euterpe: de muze van het fluitspel
Kalliope: de muze van het heroïsch epos, de filosofie en de retorica
Clio: de muze van de geschiedschrijving
Melpomene: de muze van de tragedie
Polyhymnia: de muze van de retoriek en de gewijde liederen
Terpsichore: de muze van de dans en de lyrische poëzie
Thaleia: de muze van de komedie
Urania: de muze van de sterrenkunde

Al deze muzen zullen in hun eigentijdse jasjes in deze bundel de revue passeren. De vraag is echter of u ze als zodanig kunt herkennen.