De Muze Thaleia (de weelderig bloeiende)


De muze van de komedie. Zij gaat getooid met een komisch masker en een slinger van klimopbladeren. Alles wijst erop dat deze muze springlevend is. Iedereen die het carnaval van Venetië heeft meegemaakt, zal beamen dat de geest van de muze Thaleia daar aanwezig is, zo weelderig en uitbundig leeft men zich uit in maskerade en gedrag. Is dit speciale carnaval geënt op het eeuwenoude Comedia dell’arte; in feite voert het terug op de overal ter wereld waarneembare behoefte van de mens om zich zo nu en dan uit te leven in een andere rol.
Zo vierden ook de oude grieken al carnaval, zo viert men tegenwoordig carnaval in Rio de Janeiro en op steeds meer plaatsen in de wereld.
In het oude Griekenland moest men het hele jaar de god Apollo aanbidden, met uitzondering van één week, waarin de god Dionyssos aanbeden moest worden.
De boog kan niet altijd gespannen blijven!

De Muze Terpsichore (de danslustige)


Zoals haar naam al aangeeft is zij de muze van de dans.
Nu was zij niet bepaald de enige danslustige muze. Volgens de overleveringen konden de andere muzen er ook aardig mee uit de voeten.
Regelmatig ontmoetten de muzen elkaar op de berg Olympus, de zetel van de goden, om daar te dansen en te musiceren voor de goden, waarbij zij vaak werden begeleid door Apollo. Terwijl de goden zich laafden aan de godendrank en godenspijs, vertolkten deze negen bevallige vrouwen hun schone kunsten.

De Muzen Euterpe (de verheugende) en Erato (de beminde)


Zij zijn de muzen van de muziek en de lyrische liefdespoëzie.
De fluit en de lier waren in die dagen hun belangrijkste instrumenten.
We worden al dromerig bij het idee van deze lieftallige dames en hun muziek. Laten wij ons niet vergissen. Homerus vertelde ons het verhaal van de Tracische zanger Thamyris die ook deze fout maakte.
Hij daagde de muzen uit tot een muzikale tweestrijd. De beminnelijke muzen hoorden van zijn dwaasheid, sloegen hem met blindheid en ontnamen hem zijn vermogen tot zingen en snarenspel.
Ook de Syrenen, half vogel en half vrouw, bekend om hun mooie zang waarmee ze zeelieden op de klippen lokten, schepten naar de zin van de muzen iets teveel op over hun zangcapaciteiten. De muzen plukten hen als verwaande kippen waarna ze in zee stortten.
Hoeden wij ons voor hoogmoed en laatdunkendheid!

 

De Muze Melpomene (de zingende)


De muze van de tragedie en daarmee de tegenhangster van de muze van het blijspel, Thaleia. Melpomene draagt een tragisch masker en houdt een met wijnranken omwonden staf in haar hand. De griekse tragedie heeft vele grote schrijvers uit later tijden geïnspireerd. De beroemdste daarvan is zonder meer Shakespeare.
De hele griekse mythologie staat bol van grote en kleine tragedies, wat mede te danken is aan het feit dat de goden zelf erg veel menselijke eigenschappen vertonen. Dit laatste geldt ook voor de muzen, ook zij vervullen een niet altijd even goddelijke rol.
Zo werden zij op een dag gevraagd als jury op te treden bij een muzikale tweestrijd tussen de god Apollo en de satyr Marsyas, een half menselijk, half dierlijk boswezen. Het ging erom wie het beste zijn instrument beheerste, Apollo zijn luit of Marsyas zijn fluit.
Nu is het belangrijk om te weten dat Apollo, als god van de schone kunsten, eigenlijk de aanvoerder der muzen is. Apollo probeert door middel van de schone kunsten bij de mensen geestelijke bezinning en zelfbeheersing, orde en harmonie te bewerkstelligen. De muzen helpen hem bij de uitvoering van deze grootse taak.
Ondanks de vermenging van belangen van jury en Apollo, kon de muzische jury in eerste instantie niet anders concluderen dan dat beide kemphanen even mooi konden spelen. Dat beviel Apollo uiteraard niet en hij eiste een nieuwe tweestrijd, maar, zo bedacht Apollo met goedkeuring van de muzische jury; deze keer moesten beide kemphanen hun instrument onderste boven bespelen. Dat kon Marsyas met zijn fluit niet en hij verloor.
Apollo liet als overwinnaar de verliezende satyr aan een boom vastbinden en levend villen; welk een tragiek in de naam van ‘’de zingende’’

 

De Muze Kalliope (met de mooiste stem) en de Muze Urania (de hemelse)


De muze van de epische poëzie en van wetenschap in algemene zin en de muze van de sterrenkunde,
de astronomie.
Deze laatste draagt de hemelbol op haar hand.
De combinatie van zang, muziek en poëzie enerzijds en van wetenschap anderzijds, klinkt ons wellicht wat vreemd in de oren. Voor de oude grieken waren het onderdelen van de schone kunsten, beide zijn immers vernieuwend creatief en beide zijn afhankelijk van inspiratie. Daarnaast zijn beide elementen nauw verbonden. Zo is kennis van de kosmische wetten, hier gesymboliseerd door de muze Urania, ook voor de dichter noodzakelijk voor het verkrijgen van een dieper inzicht. Andersom geeft het de wetenschap een speelser karakter. En de kracht van die combinatie bewijst zichzelf. Is het immers niet opvallend dat de geweldenaar Atlas bijna bezwijkt onder het gewicht van het hemelgewelf, terwijl de muze Urania het hemelgewelf moeiteloos op de palm van haar hand laat rusten?

 

De Muzen Clio (roem schenkende) en Polyhymnia (de hymnenrijke)


De muzen van de geschiedenis en de lyrische poëzie en het heldendicht.
De griekse mythologie is een aaneenschakeling van heldendicht en wonderbaarlijke avonturen. Waar gebeurd of fantasie? Geschiedenis of verzinsel?
Eén van de bekendste verhalen is het verhaal van Theseus en de Minotaurus. Volgens Homerus leefde er eens een koning Minos van Kreta. Hij woonde in een prachtig paleis in Knossos. Deze koning had een vrouw die, als gevolg van een betovering, niet van mannen hield maar verliefd werd op een stier. De stier had niet veel interesse in een menselijk wezen, dus liet zij zich een namaak koe bouwen waar zij vervolgens in kroop.
De stier trapte erin en zo lukte het toch nog. Ze werd zwanger en baarde een monsterlijk en mensverslindend wezen, half mens, half stier: de Minotaurus. Dit voor iedereen gevaarlijke wezen werd uit veiligheidsoverwegingen opgeborgen in het Labyrint bij het paleis waaruit ontsnappen mogelijk was. Elk jaar moest het aan koning Minos schatplichtige Athene 14 jongens en meisjes uitleveren om in de voedselvoorziening van de Minotaurus te voorzien; zij werden aan hem geofferd door ze in het Labyrint los te laten.
De held Theseus ging op een keer mee i.p.v. één van de veertien jongelui, om aan deze voor Athene vernederende verschrikking een einde te maken. Met behulp van de dochter van koning Minos, die verliefd op hem geworden was, wist Theseus de Minotaurus na een waarlijk heroïsche strijd uiteindelijk te verslaan.
Fantasie? Niet helemaal. Het enorm uitgebreide paleis van Knossos, op zich al een labyrint van zalen en gangen is inmiddels opgegraven. Bovendien zijn er vele afbeeldingen van stieren gevonden waaruit blijkt dat de stier een belangrijke rol speelde in de Minoïsche kultuur rond het jaar 200 v.C. wat er precies gebeurde, zullen we nooit weten, maar dat er iets op waarheid rust, is zeker, maar wat?
Werkelijkheid en fantasie, geschiedenis en heldendicht, een prikkelende en inspirerender combinatie is bijna niet denkbaar.